Onze geschiedenis

De geschiedenis van Aulnenhof begint bij een van de bekendste struikrovers die de streek rijk was: Landelinus van Crespin. Ondanks het feit dat Landelinus afkomstig was uit een rijke Frankische adellijke familie en voorbestemd leek om toe te treden tot de clerus, sloot hij zich op nog vrij jonge leeftijd aan bij een roversbende. Na de plotse dood van een kompaan en opgeschrokken te zijn door een visioen van de hel, besloot deze misdadiger echter om zijn leven te beteren. Hij keerde in 643 terug naar zijn meester, toonde zes jaar lang zijn berouw en werd in 649 tot de strenge orde van Columbanus toegelaten.
De bekeerde struikrover ondernam verschillende reizen en bedevaarten, maar wenste uiteindelijk om verder te leven als kluizenaar. Daarom vestigde hij zich op een stuk geschonken grond in Aulne, 10 kilometer stroomafwaarts van de Samber, nabij Sint-Truiden en Charleroi. Hij trok er al snel volgelingen aan en bouwde er in 657 een abdij, die hij 8 jaar later verliet. Omdat hij had opgemerkt dat zijn eigen leer te hard was voor de novicen, had hij die ondertussen vervangen door de minder strenge regel van Benedictus.
Later zou Landelinus van Crespin tot heilige worden uitgeroepen. De adbij zelf werd in 880 geplunderd door Noormannen en verrees pas tientallen jaren later, dankzij de tussenkomst van de Luikse bisschop Richarius, uit haar eigen assen. Het duurde echter tot de twaalfde eeuw voor er, dankzij een overname door cisterciënzermonniken, een periode van welvaart aanbrak.

De abdij van Aulne groeide uit tot een tot de verbeelding sprekend bastion met takken tot in de Leuvense universiteit en een indrukwekkende kloosterbibliotheek die meer dan 50.000 volumes en 4.000 handschriften herbergde. Jammer genoeg werd die in 1794, na enkele eeuwen die gekenmerkt werden door plundering, restauratie en luxueuze verbouwingen, vernield. De Franse Revolutie had haar tol geëist en bovendien was de plaatselijke bevolking in opstand gekomen tegen de autoritaire abten. De eens zo grootse bibliotheek werd verzwolgen in de vlammen. Pas in de negentiende eeuw werden bepaalde delen gerestaureerd en kreeg de abdij een nieuwe bestemming als retraitehuis, terwijl het overgebleven materiaal om de nieuwe Sint-Jozefskerk op te richten. Die werd in 1875 voltooid.

Over het nu

Ook nu nog refereren heel wat zaken in ons hotel naar het rijke verleden van de voormalige abdijhoeve, die tijdens de laatste jaren van de zeventiende eeuw het levenslicht zag en werd uitgebaat door de vooraanstaande boerenfamilie Defraisne. Boven het poorthuis van de reusachtige Haspengouwse vierkanthoeve prijkt nog steeds het bouwjaar 1739. De andere toegangspoort dateert van 1774 en werd later dichtgemetseld. De abdijruïnes zijn mettertijd een onvervalst toeristisch trekpleister geworden, maar de hoeve zelf bleef tot het einde van de 20ste eeuw in bedrijf.

De huidige eigenaars, de families Smet-Winkelmolen en Winkelmolen-Geron, baten de hoeve sinds 1994 uit en heten je hierbij dan ook van harte welkom. Ons doel? Je een onvergetelijke ervaring bezorgen in een prachtige omgeving, met alle nodige comfort en een uitgebreide waaier aan opties. Wij beloven alvast om jouw verblijf zo aangenaam, gezellig en hartelijk mogelijk te maken!